Staat er een stofverbruik op je patroon? Volg dat: de ontwerper heeft alle delen al voor je gelegd. Deze gids is voor alle andere momenten. Je hebt een rok zelf getekend. Je maakt een patroon langer. Je stof is 140 cm breed terwijl het patroon rekent met 150 cm. Of je staat op de stoffenmarkt voor die ene prachtige rol, en het patroon ligt thuis. Hier leer je de methode, zie je echte getallen voor de bekendste kledingstukken en weet je wanneer een bredere stof je geld scheelt, en wanneer niet.
Stofverbruik per kledingstuk (maat 38)
Uitgewerkte voorbeelden voor Burda Style maat 38 (bovenwijdte 88 cm, taille 70 cm, heup 94 cm), berekend met de stofrekenhulp van SewNQuilt. Die legt de rechthoek van elk patroondeel in rijen over de stof, dubbelgevouwen of enkel, net als het knipschema op een patroonblad. Daarna telt hij 5 cm op om recht te trekken en rondt hij af op 10 cm.
| Kledingstuk (maat 38) | 110 cm breed | 140 cm breed | 150 cm breed |
|---|---|---|---|
| Rimpelrok, 1,5 x heup, knielengte | 1,5 m | 1,5 m | 1,5 m |
| Rimpelrok, 1,4 x heup, knielengte | 1,5 m | 1,5 m | 0,8 m |
| Rimpelrok, 2 x heup, knielengte | 1,5 m | 1,5 m | 1,5 m |
| Halve cirkelrok, knielengte | 1,7 m | 1,7 m | 1,7 m |
| Hele cirkelrok, knielengte (55 cm) | 2,8 m | 2,8 m | 1,5 m |
| Hele cirkelrok, 53 cm lang | 2,8 m | 1,4 m | 1,4 m |
| Pyjamabroek met elastiek | 2,4 m | 2,4 m | 2,4 m |
| T-shirt met korte mouw | 1,7 m | 1,5 m | 1,5 m |
| Jurk zonder mouwen met rimpelrok (2 x heup) | 2,4 m | 1,9 m | 1,9 m |
Bruikbare breedte zonder zelfkanten: 102 cm bij 110 cm stof (we rekenen voorzichtig, net als in onze quiltgidsen), 135 cm bij 140 cm en 145 cm bij 150 cm. Meet je eigen stof, want de zelfkant verschilt per rol.
In inches en yards (Amerikaanse maat 12)
Voor wie met Amerikaanse patronen werkt: dezelfde kledingstukken voor Big 4 maat 12 (bovenwijdte 34 in, taille 26 1/2 in, heup 36 in), apart uitgerekend in inch, met 3 in om recht te trekken en afgerond op 1/8 yd. Bruikbare breedte 42, 52 en 58 in.
| Kledingstuk (maat 12) | 45 in | 54 in | 60 in |
|---|---|---|---|
| Rimpelrok, 1,5 x heup | 1 5/8 yd | 1 5/8 yd | 7/8 yd |
| Rimpelrok, 2 x heup | 1 5/8 yd | 1 5/8 yd | 1 5/8 yd |
| Halve cirkelrok | 1 7/8 yd | 1 7/8 yd | 1 7/8 yd |
| Hele cirkelrok | 3 1/8 yd | 3 1/8 yd | 1 5/8 yd |
| Pyjamabroek | 2 5/8 yd | 2 5/8 yd | 2 5/8 yd |
| T-shirt met korte mouw | 1 7/8 yd | 1 5/8 yd | 1 5/8 yd |
| Jurk zonder mouwen | 2 1/8 yd | 2 1/8 yd | 2 1/8 yd |
Wat zit er in elke rij?
Zo kun je de getallen aanpassen aan je eigen lichaam en model:
- Rimpelrokken: lengte 60 cm, tunnel voor elastiek 5 cm, zoom 3 cm, naden 1,5 cm. Twee banen. Bij 1,5 x heup is elke baan 73,5 cm breed en 68 cm lang, bij 1,4 x heup 68,8 cm, bij 2 x heup 97 cm.
- Cirkelrokken: lengte 55 cm, smalle zoom 1 cm, geknipt in vier kwarten met zijnaden van 1,5 cm.
- Pyjamabroek: ruim model met 15 cm bewegingsruimte op de heup, buitenbeenlengte 106 cm. Elk voorpand past in een rechthoek van 36 x 114 cm, elk achterpand in 41,5 x 114 cm.
- T-shirt: voor- en achterpand aan de stofvouw, elk 24,5 cm halve breedte en 69 cm lang; twee mouwen van 36 x 25 cm.
- Jurk: de rimpelrok van 2 x heup plus een voorlijf aan de vouw (28 x 48 cm) en twee achterlijfdelen (25,5 x 46 cm).
- Niet meegerekend: krimp bij het voorwassen, ruiten passend maken en stoffen met een richting. Die tel je erbij, zie verderop.
Waarom een bredere stof soms niets uitmaakt
Kijk nog eens naar de tabel. Een bredere stof scheelt pas lengte als twee delen die eerst onder elkaar lagen, nu naast elkaar passen.
- Rimpelrok 1,5 x heup: twee banen van 73,5 cm samen is 147 cm. Dat is net te breed voor 150 cm stof (145 cm bruikbaar). Dus overal 1,5 m.
- Rimpelrok 1,4 x heup: twee banen van 68,8 cm samen is 137,6 cm. Dat past wel op 150 cm stof, en het verbruik halveert van 1,5 m naar 0,8 m. Een iets minder volle rok, de helft van de stof.
- Pyjamabroek: een voor- en achterpand samen zijn 77,5 cm breed. Dubbelgevouwen geeft 150 cm stof je 72,5 cm. Net niet, dus ook op 150 cm twee pijplengtes.
- Hele cirkelrok: elk kwart heeft een vierkant van 68,6 cm nodig. Dubbelgevouwen geeft 150 cm stof 72,5 cm, 140 cm stof maar 67,5 cm. Die ene centimeter verschil kost je 1,4 m stof.
Daarom klopt een omrekentabel van 140 naar 150 cm nooit precies. Breedte werkt in sprongen, niet geleidelijk.
Stof berekenen: de methode in negen stappen
- Meet elk patroondeel op het breedste en langste punt, inclusief naadtoeslag. Tijdschriftpatronen zoals Knipmode, Burda Style en OTTOBRE zijn zonder naadtoeslag: tel die eerst op (zie naadtoeslag). Noteer hoe vaak je elk deel knipt en welke aan de stofvouw liggen.
- Ken je bruikbare breedte. Meet van zelfkant tot zelfkant en trek de zelfkanten eraf. Gangbaar in Nederland en België: 110 cm (katoen, quiltkatoen), 140 cm (kledingstof, linnen), 150 cm (tricot, viscose, gordijnstof). In inch: 44/45, 54 en 58/60 in.
- Kies de ligging. Dubbelgevouwen (zelfkanten op elkaar) halveert de werkbreedte en geeft twee gespiegelde delen tegelijk. Enkel geeft de hele breedte voor brede delen zoals rokbanen en cirkelkwarten.
- Leg de langste delen eerst, elk aan het begin van een nieuwe rij. Vul de ruimte ernaast met smallere, kortere delen. Delen aan de stofvouw krijgen hun eigen plek tegen de vouw.
- Tel de rijlengtes op. Dat is de lengte die je delen innemen.
- Tel 5 cm op om de snijkant recht te trekken. Reken je in inch, neem dan 3 in.
- Tel krimp op als je voorwast (tabel hieronder).
- Rond af op wat de winkel verkoopt: meestal per 10 cm, soms per halve meter. In de VS en Canada per 1/8 yd (4 1/2 in, 11,4 cm).
- Tel extra voor een richting: fluweel, ribfluweel, stoffen met een glans en prints met een boven en onder.
Inpakpapier op de vloer werkt prachtig. Plak met schilderstape je bruikbare breedte af, leg de delen erin en meet.
Hoeveel stof voor een rok?
Rimpelrok met elastiek
De rok bestaat uit twee rechthoeken. Kies de volheid: 1,5 x de heupwijdte staat mooi in middelzwaar katoen, 2 x in batist en viscose. Dan:
- Totale breedte = heup x volheid. Verdeel over twee banen en tel aan elke kant 1,5 cm naad op.
- Kniplengte = roklengte + tunnel + zoom.
- Passen twee banen naast elkaar op je bruikbare breedte? Dan koop je één kniplengte. Anders twee.
Metrisch: heup 94 cm, volheid 1,5. Totaal 141 cm, dus elke baan 70,5 + 3 = 73,5 cm breed. Kniplengte 60 + 5 + 3 = 68 cm. Twee banen zijn 147 cm breed: past op geen enkele gangbare breedte naast elkaar. Twee lengtes: 136 cm, plus 5 cm = 141 cm, je koopt 1,5 m. Met volheid 1,4: totaal 131,6 cm, banen van 65,8 + 3 = 68,8 cm, samen 137,6 cm. Op 150 cm stof (145 bruikbaar) past dat: 68 + 5 = 73 cm, je koopt 80 cm.
Imperiaal: heup 36 in, volheid 1,5. Totaal 54 in, dus elke baan 27 + 1 1/4 = 28 1/4 in. Kniplengte 24 + 2 + 1 1/4 = 27 1/4 in. Op 45 in stof: twee lengtes, 54 1/2 in plus 3 in = 57 1/2 in, je koopt 1 5/8 yd. Op 60 in stof passen beide banen naast elkaar (56 1/2 in van 58 in): 27 1/4 + 3 = 30 1/4 in, je koopt 7/8 yd.
Cirkelrok stof berekenen
De taille van een cirkelrok is een cirkel met je taillewijdte als omtrek.
- Tailleradius, hele cirkel: r = taille / (2 x pi).
- Tailleradius, halve cirkel: r = taille / pi.
- Buitenradius: R = r + roklengte + zoom.
- Knip de taille op r min je naadtoeslag, zodat de stiklijn precies je taillewijdte meet. Stik de taillelijn meteen vast met een steeklijn: hij ligt grotendeels schuin van draad en rekt makkelijk uit.
Metrisch, hele cirkel: taille 70 cm. r = 70 / 6,2832 = 11,1 cm. R = 11,1 + 55 + 1 = 67,1 cm. Knip de taille op 11,1 min 1,5 = 9,6 cm. Elk kwart met zijnaad heeft een vierkant van 68,6 cm nodig.
- 150 cm stof, dubbelgevouwen (72,5 cm werkbreedte): twee kwarten aan de vouw, die elk openvallen tot een halve cirkel. Twee rijen: 137,2 + 5 = 142,2 cm, je koopt 1,5 m.
- 140 cm stof, dubbelgevouwen (67,5 cm werkbreedte): het kwart is 1,1 cm te breed. Enkel geknipt passen er geen twee naast elkaar (137,2 cm op 135 cm), dus vier rijen: 2,8 m. Maak de rok 2 cm korter, 53 cm, en het kwart (66,6 cm) past aan de vouw: 133,2 + 5 = 138,2 cm, je koopt 1,4 m. Dat is het soort winst dat je vóór het knippen wilt zien.
Metrisch, halve cirkel: r = 70 / 3,1416 = 22,3 cm. R = 22,3 + 55 + 1 = 78,3 cm. Elk van de twee kwarten heeft 79,8 cm nodig. Die passen op geen breedte naast elkaar (159,6 cm), dus twee rijen: 159,6 + 5 = 164,6 cm, je koopt 1,7 m.
Imperiaal, hele cirkel: taille 26 1/2 in. r = 26,5 / 6,2832 = 4,22 in, ongeveer 4 1/4 in. R = 4 1/4 + 22 + 1/2 = 26 3/4 in. Knip de taille op 4 1/4 min 5/8 = 3 5/8 in. Elk kwart met naad: een vierkant van ongeveer 27 3/8 in.
- 60 in stof, dubbelgevouwen (29 in werkbreedte): twee rijen, 54 3/4 + 3 = 57 3/4 in, je koopt 1 5/8 yd.
- 45 in stof: vier rijen, 109 1/2 + 3 = 112 1/2 in, je koopt 3 1/8 yd.
Hoeveel stof voor een pyjamabroek of wijde broek?
Een broek is een lang, smal verhaal. Elk pijpdeel is ongeveer zo lang als je buitenbeenlengte plus tunnel en zoom, en op de meeste breedtes passen voor- en achterpand niet naast elkaar. Reken op twee pijplengtes plus 5 cm.
Metrisch: buitenbeen 106 cm + tunnel 5 cm + zoom 3 cm = 114 cm per rij. Twee rijen = 228 cm, plus 5 = 233 cm, je koopt 2,4 m.
Imperiaal: buitenbeen 41 3/4 in + tunnel 2 in + zoom 1 1/4 in = 45 in per rij. Twee rijen = 90 in, plus 3 = 93 in, je koopt 2 5/8 yd.
Ben je langer? Tel twee keer je extra beenlengte op. Een korte broek? Gebruik je broeklengte in plaats van je buitenbeen.
Hoeveel stof voor een T-shirt of jurk?
T-shirt: voor- en achterpand liggen elk aan de vouw, de mouwen passen naast een van de panden. Op 140 en 150 cm tricot: 69 + 69 + 5 = 143 cm, je koopt 1,5 m. Op 110 cm passen de mouwen niet naast het pand: een derde rij van 25 cm, samen 1,7 m. In inch: 1 5/8 yd op 54 en 60 in, 1 7/8 yd op 45 in.
Jurk zonder mouwen met rimpelrok: de twee rokbanen van 97 cm liggen elk in een eigen rij (68 cm), het lijfje vult een derde rij van 48 cm. Op 140 en 150 cm: 184 + 5 = 189 cm, je koopt 1,9 m. Op 110 cm passen de lijfdelen niet allemaal naast elkaar en komt er een vierde rij bij: 2,4 m. In inch 2 1/8 yd op elke breedte. Mouwen, een langere of een vollere rok? Elke extra rij telt in zijn volle lengte mee.
Omrekenen van 140 naar 150 cm (of 110 naar 140)
Geeft je patroon een verbruik voor een andere breedte dan jouw stof? Dan is de snelle schatting de verhouding van de breedtes:
nieuwe lengte = oude lengte x oude breedte / nieuwe breedte
Metrisch: het patroon zegt 2,0 m van 140 cm, jij hebt 110 cm. 2,0 x 140 / 110 = 2,55 m, dus 2,6 m.
Imperiaal: het patroon zegt 2 3/4 yd van 45 in, jij hebt 60 in. 2 3/4 x 45 / 60 = 2,06 yd, dus 2 1/8 yd.
Gebruik dat als schatting en rond ruim af. Onze eigen tabel laat zien waarom:
- Pyjamabroek: de verhouding voorspelt minder stof op 150 cm, maar het verbruik blijft 2,4 m, want de delen passen niet naast elkaar.
- Rimpelrok 1,4 x heup: vanaf 1,5 m op 110 cm voorspelt de verhouding 1,1 m op 150 cm. In werkelijkheid is het 0,8 m.
De verhouding zit er dus naar twee kanten naast. Leg de delen als het erop aankomt.
Krimp, richting en ruiten: wat tel je erbij op?
| Stof | Typische krimp | Op 2 m stof | Op 2 yd stof |
|---|---|---|---|
| Katoen, popeline, quiltkatoen | 3 tot 5 % | 6 tot 10 cm | 2 1/8 tot 3 5/8 in |
| Linnen | 3 tot 6 % | 6 tot 12 cm | 2 1/8 tot 4 3/8 in |
| Viscose (challis) | 3 tot 8 % | 6 tot 16 cm | 2 1/8 tot 5 3/4 in |
| Katoenen tricot | 3 tot 8 % | 6 tot 16 cm | 2 1/8 tot 5 3/4 in |
| Dubbel gaas (double gauze) | 5 tot 10 % | 10 tot 20 cm | 3 5/8 tot 7 1/4 in |
| Polyester | onder 1 % | verwaarloosbaar | verwaarloosbaar |
Dit zijn richtwaarden. Wil je het zeker weten? Knip een lapje van 20 x 20 cm (8 x 8 in), was en droog het, en meet opnieuw. 1 cm korter is 5 procent krimp.
- Krimp: was en droog de stof zoals je het kledingstuk later behandelt, en tel de krimp op voordat je koopt. Voorbeeld: 2,4 m viscose voor een pyjamabroek, met 5 % krimp = 12 cm extra, je koopt 2,6 m.
- Richting (vleug): fluweel, ribfluweel, velours en stoffen met glans knip je met alle delen dezelfde kant op. Je kunt delen dan niet omdraaien om ruimte te winnen. Volg het verbruik "met vleug" op je patroon, of leg zonder patroon alle delen in één richting en meet opnieuw.
- Ruiten en strepen: tel minstens één patroonrapport extra per lengte die je moet laten aansluiten.
Veelgemaakte fouten
- Kopen op de nominale breedte. 150 cm op het etiket is 145 cm tussen de zelfkanten. Juist die paar centimeter beslissen of twee delen naast elkaar passen.
- Naadtoeslag vergeten bij een tijdschriftpatroon. Twee keer 1,5 cm aan elke baan maakt het verschil tussen "past" en "past net niet".
- Geen krimp gerekend. Vooral bij linnen, viscose en dubbel gaas.
- Een omrekentabel als exact zien. Leg de delen, of laat ze leggen.
- Te krap afronden. Een rechte snijkant kost je altijd een paar centimeter.

Stof berekenen met Inchy in de SewNQuilt app
De rekenhulp Stof voor kleding in SewNQuilt legt je patroondelen voor je, dubbelgevouwen of enkel, op elke stofbreedte. Je ziet hoeveel rijen er nodig zijn, hoeveel centimeter of yard je koopt en waar een paar centimeter het verschil maakt. Inchy, de spanrups, houdt je maten bij, zodat Maatzoeker je patroonmaat per merk leest. Elk project in de app heeft de stofhoeveelheden al in meters en yards, en in je Stoffenvoorraad zie je meteen of je genoeg in huis hebt. Op de stoffenmarkt een vraag? Vraag het Pip.

Haal SewNQuilt in huis en koop voortaan precies genoeg stof.
Veelgestelde vragen
Hoeveel stof heb ik nodig voor een jurk?
Voor een jurk zonder mouwen met een rimpelrok in maat 38 heb je 1,9 m nodig van 140 of 150 cm breed, of 2,4 m van 110 cm. Met mouwen of een langere rok komt er al snel een halve meter bij. Bij een patroon volg je het verbruik op het patroon.
Hoeveel stof heb ik nodig voor een rok?
Een rimpelrok op knielengte vraagt in maat 38 ongeveer 1,5 m. Een hele cirkelrok vraagt 1,5 m van 150 cm breed, maar 2,8 m van 140 cm. Maak je de cirkelrok 2 cm korter, dan past hij op 1,4 m van 140 cm.
Is stof van 150 cm zuiniger dan 140 cm?
Soms. Een bredere stof scheelt alleen als twee delen daardoor naast elkaar passen. Bij een pyjamabroek maakt het niets uit, bij een cirkelrok of een minder volle rimpelrok kan het de helft schelen.
Hoe reken ik om van de ene stofbreedte naar de andere?
Vermenigvuldig de oude lengte met de oude breedte en deel door de nieuwe breedte. 2,0 m van 140 cm wordt op 110 cm ongeveer 2,6 m. Rond ruim af, want het blijft een schatting.
Hoeveel extra stof voor krimp?
Voor katoen 3 tot 5 procent, voor linnen 3 tot 6, voor viscose en katoenen tricot 3 tot 8, voor dubbel gaas 5 tot 10 procent. Op 2 m katoen is dat 6 tot 10 cm.
Hoeveel stof voor een pyjamabroek?
Reken op twee keer je buitenbeenlengte plus tunnel, zoom en 5 cm. Bij een buitenbeen van 106 cm is dat 2,4 m, op elke gangbare breedte. In yards 2 5/8 yd.
Per hoeveel centimeter kun je stof kopen?
De meeste stoffenwinkels in Nederland en België verkopen per 10 cm, sommige per halve meter. Rond daarom af op de volgende 10 cm.
Verder lezen
Bronnen
- Burda Style, maattabel dames (via Simplicity size charts), https://simplicity.com/size-charts/, gecontroleerd op 31-10-2026.
- Big 4 fit brochure (1998, via Threads Magazine), maattabel misses, https://images.threadsmagazine.com/app/uploads/2008/10/11135606/fitbroch.pdf, gecontroleerd op 31-10-2026.
- Knipmode, werkbeschrijving top KM2502 (patroondelen exclusief naadtoeslag), https://knipmode.nl/app/uploads/2025/02/KM2502-21top_pdfpatroon.pdf, gecontroleerd op 31-10-2026.
- Simplicity, informatie over pdf patronen, naadtoeslag en stofverbruik, https://simplicity.com/pdf-patterns-information, gecontroleerd op 31-10-2026.
- Wazoodle Fabrics, pre-washing and fabric preparation (krimp natuurlijke vezels bij de eerste wasbeurt), https://help.wazoodle.com/article/1224-pre-washing-preparation-discovery, gecontroleerd op 31-10-2026.
- NIST, SI units of length (inch en meter), https://www.nist.gov/pml/owm/si-units-length, gecontroleerd op 31-10-2026.
Fotoverantwoording
- cottonbro studio op Pexels, ID 4614224, https://www.pexels.com/photo/black-pants-on-brown-textile-4614224/
- Screenshot: SewNQuilt app (eigen opname).

